Seleniumstatus en COVID-19 in China

Een groep onderzoekers onder leiding van Margeret Rayman (universiteit van Surrey, VK) heeft een verband gevonden tussen seleniumstatus en COVID-19 in China. In seleniumarme gebieden herstellen COVID-19-patiënten minder snel dan patiënten die in seleniumrijke gebieden van China leven. In seleniumarme gebieden eist COVID-19 bovendien bijna vijf keer zoveel doden als in seleniumrijke gebieden. Nu komt het erop aan na te gaan in hoeverre er effectief een oorzakelijk verband bestaat tussen selenium en COVID-19.

Selenium is een micronutriënt dat essentieel is voor de immuniteit. In China is de ziekte van Keshan beschreven, dat toegeschreven wordt aan seleniumgebrek, maar dat ook het coxsackievirus B3 als tweede oorzaak heeft. Dat virus kan hard toeslaan bij ernstig tekort aan selenium. Nog andere virussen gedijen beter onder een lage seleniumstatus, zoals hiv en hepatitis B. Mogelijk werkt selenium ook hier als een antioxidant, omdat oxidatieve stress sommige virussen virulenter maakt.

In China zijn er streken waar voeding te weinig selenium en streken waar voeding te veel selenium bevat. Verbanden tussen geografische gebieden zijn echter niet erg betrouwbaar, ze kunnen door tal van andere factoren verklaard worden. De onderzoeksgroep van Rayman had wel nog betere data voorgelegd. Met name is de gemiddelde seleniumstatus in 17 steden ‒ in dit geval gemeten aan de hand van haarstalen ‒ ook geassocieerd is met sneller COVID-19-herstel.  

Een beter begrip zullen we krijgen wanneer seleniumstatus en COVID-19-ernst op individueel niveau bepaald zou worden.

Verschenen in de nieuwsbrief van 15 mei 2020